Ik voelde me net een gezin uit ik vertrek.
De eerste 10 minuten van een aflevering, je kent het wel. We bezoeken manlief zijn werk, vrouwlief zijn werk, horen wat collega’s en dierbaren in de camera zeggen dat ze het toch wel stoer vinden en uiteindelijk belanden we als kijker op een afscheidsfeestje..
Ons afscheidsfeestje, het is 14h s’middags, we bevinden ons in een pannenkoekenhuis en het gezelschap druppelt binnen. Een hartstochtelijke knuffel, een iets wat onhandige zoen van mijn oom en een snottebel kus van mijn nichtje. De kinderen rennen in het rond en de bediening zoekt hysterisch wie bij welke pannenkoek hoort.
‘Hans? Hans? Hans!??’ … ‘We hebben geen Hans is ons gezelschap, ik denk dat je Frans bedoeld.’
Kijk. En oom Frans wordt de gelukkige eigenaar van een heerlijke pannenkoek met spek en kaas. Weer een mysterie de wereld uit.
De klok slaat half 5 en de eerste gasten vertrekken weer huiswaarts. Dat zijn mijn ouders, Kees & Clarine, hun zie ik gelukkig morgen nog maar op het moment dat ze de weg oversteken ren ik ze toch nog even achterna: ‘Pap, mam, is de kans echt nul dat jullie ons komen opzoeken?’ zeg ik met een brok in mijn keel. ‘Niet nul, misschien één’ zegt mijn vader. ‘Je weet dat verre reizen maken voor ons niet meer makkelijk is. Stilte. Eén ding moet je weten; waar ter wereld je ook bent, als je ons nodig hebt dan komen we.’ Ik geef ze een dikke knuffel en loop terug naar het pannenkoekenhuis.
Dan vertrekken ook mijn zus, zusje, broer en als laatste onze vrienden.
Met een brok in onze keel staan we voor het nu lege pannenkoekenhuis. Maurice, Kea en ik. De drie eenheid die dit avontuur aangaan. Wij kruipen terug in onze cocoon, de wereld in.