‘Dat hoort niet, wat raar, apart, bijzonder. Dat kan toch niet goed zijn?’
Nederlandse geluiden in mijn hoofd zingen ook in Maleisië als ik samen met Maurice stil sta bij het feit dat Kea ‘nog steeds’ met veel enthousiasme en toewijding bij me drinkt.
Op verzoek. Soms meerdere keren op een dag en s’nacht.
Nu ik zelf meer rust en tijd heb is het ook minder belastend, soms prachtig, soms irritant; ‘mama, drinken, drinken’ op zo’n irritant zeurtoontje wat een tweejarige kan hebben..
De perceptie van borstvoeding in Nederland is er één die mij als borstvoedende vrouw het niet makkelijker heeft gemaakt en maakt. De eerste vier a vijf maanden zijn maatschappelijk geaccepteerd, maar zodra ik het zelf onder de knie had, kwam voor mij de maatschappelijke uitdaging om de hoek kijken.
Kolftijd en kolfrecht, in mijn geval twee onderwerpen die mij veel energie hebben gekost, het opkomen voor mezelf om te ‘nemen’ waar ik recht op had vond ik heel lastig. Ik zie mezelf nog zitten in een bezemkast omdat er binnen een straal van een kilometer geen betere ruimte was. De Femke die het zo goed mogelijk wilde doen als collega, zo min mogelijk missen van een vergadering of een training en de Femke die het graag zo goed mogelijk wilde doen als moeder.
Ik heb in vele ‘bezemkasten’ gezeten en toen ik hierover mijn beklag deed bij een kennis verliep dat gesprek als volgt:
‘Gisteren zat ik in een ruimte van 2m2 op een stoffen stoel bezaaid met melkvlekken. Wie verzint zoiets? In een kolfruimte een stoffen stoel neerzetten?’
‘Nou, je mag al blij zijn dat er een ruimte is hoor, in mijn tijd was dat allemaal niet’
‘Een werkgever is tegenwoordig wettelijk verplicht zo’n ruimte te hebben, sterker nog, ze zijn verplicht een ruimte aan te bieden met voldoende hygiëne, comfort etc. En ik verbaas me erover op hoeveel plekken dit ontbreekt.’
‘Nou Fem, je hebt het al een half jaar vol gehouden, dat is hartstikke knap. Dan is het ook prima om te stoppen hoor. 'Wordt het daar geen tijd voor?’
Na 9 maanden verloopt het kolfrecht en na een jaar kreeg ik meer gezichten en opmerkingen. Toen Kea 1,5 jaar was ben ik gestopt met voeden in het openbaar en met 2,5 jaar ben ik pas echt raar…
Nu ik op reis ben ontvlucht ik ook aspecten van mijn reguliere leven, of dat nu bewust of onbewust is. Ik ben de rare gezichten onbewust ontvlucht en dat geeft me meer ruimte om bij mezelf te blijven.
Ik vind het prachtig, ik vind het vermoeiend, ik vind het belangrijk en ik ben ervan overtuigd dat het haar helpt fysiek en mentaal te groeien.
Ik ervaar het als belemmerend dat de Nederlandse maatschappij voor mij de grootste reden is om te stoppen. Want een 3 of 4 jarig kind aan de borst, dat kan toch niet? Het is de Nederlandse cultuur, het is niet de ‘mens-cultuur’ en dat zie ik nu met eigen ogen. Ik besprak het met onze ‘housekeeper’ ‘Meisha’ genaamd.
We stonden op de slaapkamer, Kea was aan het spelen met haar boeken, Meisha was het bed aan het opmaken en ik aan het inpakken;
‘Co-sleeping is quite normal in Sri Lanka right?’ I asked her.
‘Yes, I share a bed with my daughter, she is 9 years old. My son is 12, he has his own room now. You are different than other guests’ she said.
‘How so?’
‘You sleep with your daughter and your husband sleeps in the other room. Other guest, one time, they had a little baby and put him all the way in the other room.’ She looked stunned..
‘I know’ I said. ‘That is more normal in our culture as well. We are also different in our country. And what about breastfeeding?’
‘At least one year, but most do longer. Two or three years, some even four or five, I think that’s very good’.
‘I think so too..’
Een aantal maanden later bevind ik me in een Australische apotheek;
‘Do you have something to prevent sea sickness?’
‘Yes, of course we have. Do you breastfeed your daughter?’ She asked, looking at Kea.
‘Yes, I do. I am surprised you asked me this since she is 2 years old standing besides me, is it more common here in Australia?’
‘Yes, it is, we always ask every mother.’
En inderdaad, tijdens onze reis door Australië zien we met grote regelmaat baby’s, peuters en kleuters aan de borst. In de speeltuin, in het park, in de bibliotheek. Het is hier ‘gewoon’, een onderdeel van het (dagelijks) leven.
Ik herinner me ook een gesprek met een Emirati ‘Mohammed’. Mijn gids van de stadswandeling door Dubai. Hij vertelde me het volgende:
‘I never knew food allergies existed until I met so many tourist’
‘Wauw, so you don’t have that here?’
‘No..’
‘And how come you think?’
‘Because you give your baby’s powder milk’
De Islam gebiedt borstvoeding tot in ieder geval 2jarige leeftijd. Het geven en krijgen van borstvoeding wordt gezien als een geboorterecht, je begrijpt hun visie op ‘poeder’.
En hoewel je geen borstvoedende vrouwen in het openbaar ziet in Dubai, heeft het land wel de faciliteiten. Borstvoedingsruimtes vind je overal bij openbare voorzieningen. Prachtig vind ik dit aspect van het ‘gebod’.
Voor de niet borstvoedende moeder is het hebben van een 'terugtrek ruimte' met je kind in het openbaar wellicht ook een fijne bijkomstigheid; voor je jengelende baby, je peuter met een driftbui of je bekken die even moeten rusten tijdens je eerste solo shop moment. Het is wat mij betreft een plek die erkenning en ruimte geeft aan de uitdagingen van het ouderschap. Deze ruimtes zien we ook in Singapore en Australië.
In mijn beleving leven we in Nederland in een maatschappij waar je na de geboorte van je kind verwacht wordt je oude leven weer op te pakken. Met dezelfde hoeveelheid ballen in de lucht plus je nieuwste aanwinst.
Ik gun het iedereen die de behoefte heeft; ruimte.
Ruimte om te doen wat voor jou en je gezin goed voelt.
Een dag duurt soms een eeuwigheid maar de jaren gaan snel.
Pak je ruimte.
Reacties (1)
Log in om een reactie te plaatsen.
Mooie ervaring zo wereld wijd en fijn om bij jezelf te blijven.