Mijn huid voelt klam, een beetje zweterig terwijl ik door een klein stukje Jungle loop. Het groen danst in de wind om me heen, we volgen een rotsachtig pad en ik ruik een voor mij typische zuid-aziatische lucht.
Wat een droomwandeling naar Jungle Beach Unawatuna had kunnen zijn is slechts een instagram versie van de waarheid.
Langs het pad ligt veel afval, plastic flesjes, zakjes, papiertjes. De lucht die ik ruik is het afval wat ze aan het verbranden zijn. Eenmaal aangekomen op het strand wordt de geur vervangen door benzinelucht van een voorbij varend bootje. Het vuil drijft in de zee en op het strand is het ‘netjes’ bij elkaar geharkt in een hoek achter een aantal palmbomen.
Een half uur later steken ze het aan. Ondertussen zit er een jonge vrouw op een palmboomschommel terwijl haar vriendin het perfecte plaatje probeert te schieten.
Bizar hoe we onszelf en elkaar voor de gek houden.
Mijn dochter Kea zegt met grote regelmaat: ‘Kijk mama, viezigheidje’. En ik zeg dan: ‘Ja viezigheidje, laat maar liggen, afblijven, stap er maar omheen’. En samen lopen we door.
Zaai ik hiermee de nieuwe generatie die de zooi ook laat liggen? Ik voel soms de neiging om in iedere stad tenminste één vuilniszak te vullen met straatvuil en ik doe het niet. Wat is nu debiel? Mijn gedachten of mijn impulsbeheersing om het niet te doen?
Viezigheidjes
mensen vinden dit leuk